dinsdag 27 oktober 2009

Het leed dat supermarkt heet...

'It's my liiiife... It's now or neveeer...' Bon Jovi schalt uit m’n wekkerradio. Met een flinke dreun leg ik het door mij gehate apparaat het zwijgen op. Zuchtend draai ik me nog een keer om en zak langzaam weer weg in mijn droom over reusachtige vliegende pepernoten en wandelende chocoladeletters met marsepeinen zwarte pietjes en mijters erop. Jaja, de pepernoten en chocoladeletters liggen alweer in de winkel (Mensen, het is pas OKTOBER!!) Prrrrr... Dit keer heeft een ferme klap op mijn wekkerradio geen zin, maar laat de wekker op m'n mobieltje weten dat het de hoogste tijd is om eruit te komen. Zuchtend stap ik uit m'n bed, schiet in m'n pantoffels en kijk nogmaals op m'n wekkerradio. Vijf over vijf, gatverderrie! Elke zaterdagochtend vraag ik me, als ik net uit bed kom, weer af waarom ik in godsnaam een bijbaan heb waarbij ik er elke eerste ochtend van mijn weekend zo vroeg uit moet. Gelukkig ben ik daar altijd wel weer overheen zodra ik buiten in de frisse wind naar de Emté fiets, maar het opstaan op zaterdagochtend vormt toch altijd het zwaarste punt van mijn week.

Het dagelijkse reilen en zeilen van een supermarkt (of in ieder geval bij de Emté ) start elke morgen bij de bakkerij. Al in alle vroegte (zo rond half vijf-vijf uur) staan de echte die hards al bij de personeelsingang te trappelen om het brood op de planken te krijgen. De zachte broodjes worden in de gloeiende ovens gestopt, het brood wordt door de snijmachine gehaald, de chocoladebollen worden gevuld, de gebaks- en broodbestellingen worden afgewerkt, het stokbrood, de koffiebroodjes, de croissantjes, de pecannootbroodjes en inmiddels afgekoelde zachte broodjes worden ingepakt, de afdeling wordt aangevuld, etc, etc... Ook bij de groenteafdeling zijn ze altijd al vroeg uit de veren, zodat je moet uitkijken dat je op je weg naar de bakkerij niet struikelt over de bananen en bloemkolen. Rond een uur of zeven komt ook bij de slagerij leven in de brouwerij. De grote stukken varkens- en rundvlees worden door de gehaktmachine gehaald, de biefstukken platgeslagen en de schnitzels gepaneerd. Bij de vleeswaren- en kaasafdeling verschijnen rond half 8 de eerste mensen om de kazen van pakweg 15 kilo in stukken te verdelen en de ham en salami te verpakken. Vakkenvullers zorgen ervoor dat de vloer blinkt en dat alle vracht een plaatsje krijgt in magazijn en schappen en de caissières zorgen ervoor dat de kassa’s klaar zijn voor gebruik en rinkelend de zuurverdiende euro’s van de klanten in ontvangst kunnen nemen. Om 8 uur of half 9 (afhankelijk van de dag) gaan de deuren van de ingang open en komen de eerste fanatieke klanten met hun winkelwagentjes naar binnen gestormd.

Op zaterdagochtend zijn het eigenlijk altijd dezelfde klanten die al om kwart voor 8 voor de deur staan (N.B. De winkel gaat pas om 8 uur open, waarom blijf je in godsnaam niet een kwartier langer in je bed liggen?!). Terwijl wij nog druk aan het vullen zijn, snaaien zij op hun dooie gemakje de benodigde producten bij elkaar en beginnen dan aan hun run richting de kassa, om te proberen hun wachttijd voor de kassa tot het minimum te beperken. Het valt me altijd op dat wanneer mensen de producten in hun karretjes stoppen en druk de prijzen van de verschillende soorten tomatenketchup vergelijken, alle tijd van de wereld lijken te hebben. Er wordt een praatje gemaakt met bekenden, waarbij dan uiteraard het gehele gangpad geblokkeerd wordt en de halve supermarkt mee kan genieten ('O gut, weet je wie er vorige week een lipcorrectie heeft ondergaan?' Als ik me goed herinner doelde de vrouw die dit zei op de achternicht van de buurvrouw van een vriendin). Het personeel wordt af en toe naar de meest vreemde producten gevraagd ('Verkopen jullie hier ook cement?' 'Nee, sorry meneer. Volgens mij niet.' Waarna meneer in kwestie verontwaardigd zijn weg naar de tandpastaschap vervolgde). Zodra echter alle benodigde producten bij elkaar zijn gezocht, begint het gezucht en gesteun bij de rij bij de kassa's. Dat de caissières hun uiterste best doen om alle klanten zo snel mogelijk te helpen, wordt hierbij nog wel eens vergeten. Ook bij de bakkerij kennen we wat betreft veeleisende klanten de klappen van de zweep. Het reclamebrood dat volgens klanten te snel op is terwijl we ontelbaar veel gebakken hebben ('Waarom zorgen jullie niet dat er genoeg reclamebrood is?!' 'Maar mevrouw, het is vier uur ’s middags, de winkel is al vanaf acht uur open, het is gewoon allemaal op...') of chocoladebollen die net zijn bijgevuld, maar waarvan mevrouw toch per se wil dat er speciaal voor háár nieuwe bollen gevuld worden ('Maar mevrouw, deze bollen heb ik er twee minuten geleden vers ingelegd...' 'Dat kan wel zijn, maar ik wil DIE!!' Het moge duidelijk zijn dat we zulke klanten het liefst zelf door de slagroommachine halen).

Door het bovenstaande lijkt het misschien alsof ik klanten als het noodzakelijk kwaad zie (mjah, van hun centen wordt nu eenmaal toch mijn loon betaald), maar dat is absoluut niet het geval. Hoewel lang niet al mijn bakkerijcollega’s het hiermee eens zijn, vind ik klanten helpen het leukste onderdeel van het werken in de supermarkt. Natuurlijk, het is vervelend als mensen tijdens je weg naar de kantine voor een welverdiende pauze naar allerlei producten vragen waarvan je geen flauw idee hebt waar ze te vinden zijn en kleine kinderen met hun miniwinkelwagentjes tegen je hielen en schenen aanrijden, maar eenmaal achter de toonbank vliegt op de een of andere manier de tijd toch altijd weer zo om. Je maakt een kort praatje met bekenden, je geeft de kleintjes een korstje brood en probeert alvast een voorraad gesneden en verpakt brood te creëren op de momenten dat er even geen klanten staan.

Van het werken bij de Emté kijk ik op de een of andere manier heel anders tegen het personeel aan als ik ergens een winkel binnenloop. Veel mensen hebben werkelijk geen idée wat er allemaal bij komt kijken om een winkel draaiende te houden, of het nu een supermarkt, een kledingzaak of een restaurant is. Ik weet ondertussen echter wel beter en prijs mezelf gelukkig dat ik daardoor nooit een lastige klant zal worden...

donderdag 1 oktober 2009

Privacy: een recht of loze term?

Privacy lijkt de laatste jaren steeds minder belangrijk te worden in Nederland. Na de aanslagen op de torens van het WTC lijken mensen graag iets van hun persoonlijke leven in te leveren voor meer bescherming. Bewakingscamera’s in winkels, stations, banken, musea, op straat en op de openbare weg leggen alle bewegingen van toevallige voorbijgangers vast. Via je mobieltje kan tot op de meter bepaald worden waar je je bevindt, bij het gebruik van je bankpas ben je gemakkelijk te traceren en ook een onschuldig msn-gesprek kan tot op de letter gevolgd worden. Aan bovenstaande voorbeelden zijn we ondertussen gewend, al zal de één hier wat meer moeite mee hebben dan de ander. Tegenstanders van deze praktijken beroepen zich steevast op de ‘schending van de privacy’. Ik vraag me echter af in hoeverre we nu zelf bijdragen aan deze ‘schending’, want geven we tegenwoordig niet zelf ook veel te veel informatie aan de buitenwereld?

Neem bijvoorbeeld een telefoongesprek in de bus of trein. Mijn medereizigers in het openbaar vervoer zullen het met me eens zijn dat er regelmatig telefoongesprekken worden gevoerd door medepassagiers waarin allerlei informatie naar buiten komt waar we eigenlijk helemaal niets mee te maken hebben, van het klagen over exen tot het doorgeven van bankgegevens via de mobiele telefoon. Nu moeten die mensen dat natuurlijk helemaal zelf weten, maar persoonlijk handel ik zulke telefoontjes liever af in de knusse sfeer van mijn woon- of slaapkamer. Ik heb er überhaupt een hekel aan om in de bus of trein te bellen, al is het alleen maar om door te geven dat ik later thuis ben.

Toch is een telefoongesprek in het openbaar vervoer nog relatief onschuldig als we dit vergelijken met de informatie die we met het grootste gemak op het WorldWideWeb gooien. En tot mijn grote schaamte moet ik bekennen dat ik me hier ook aan schuldig maak. Ik zet er nog net geen bankgegevens op, maar binnen vijf minuten kun je mijn hele levensgeschiedenis van het internet plukken. Hiermee kom ik dan gelijk op de kwestie waar ik het eigenlijk over wilde hebben.Begin deze week zat ik mijn Hyves-pagina bij te werken. Aan de linkerkant van het scherm zie je dan zo’n mooi icoontje met ‘google Sylvia’. Aangezien ik het studeren nog even uit probeerde te stellen, vond ik het wel een leuk idee om even te kijken wat daar nu uit zou komen. Na een druk op de knop verschenen er talloze pagina’s waarin mijn naam terugkwam. Ik schrok me eerlijk gezegd helemaal rot. Een jaar of vier geleden zou je alleen terug hebben kunnen vinden dat ik bij Muziektheater Applaus heb gezeten en tijdens de voorstelling van Belle en het Beest de rol van een kopje in het betoverd kasteel vertolkte, maar nu vond ik veel meer informatie terug dan me lief was. Op Artikeltjes.com, Hyves.nl, Netlog.com, BasicPublising.nl, Web-log.nl, Blogspot.com, Twitter.com, Muziektheaterapplaus.nl, Msn.com, Youtube.com en Google.com kwam ik allerlei profielen van mezelf tegen die ik in een ver verleden een keer had aangemaakt en die ik allang vergeten was. Geboortedatum, woonplaats, schoenmaat, gewicht, lengte, interesses, school, werk, relaties, etc, etc, alles was erop terug te vinden! De rest van de dag is van dat studeren niets meer terechtgekomen, want ik was veel te druk bezig om al die informatie te beperken tot oppervlakkige beschrijvingen van mezelf, zodat het meest persoonlijke wat mensen over me te weten kwamen, was dat ik een hekel heb aan stinkvoeten en verslaafd ben aan lippenbalsem. Toen ik ’s avonds in bed lag, vroeg ik me af waarom ik al die info er eigenlijk op gezet had. Het antwoord was eigenlijk heel simpel: ik vind het ook leuk om die informatie over anderen te lezen. Niets is immers zo saai als een profiel waar alleen iemands voornaam en nationaliteit op te vinden is, daar valt immers totaal geen inspiratie uit te halen. Als iemand echter een lijstje met hobby’s neerpent of wat meer vertelt over zichzelf, kun je daar ideeën uit opdoen om misschien zelf ook eens te proberen. Het is echter een feit dat je dat tegenwoordig eigenlijk niet meer kan doen, er lopen veel te veel vreemde mensen op deze aardkloot rond. Voor mij is het immers gewoon inspiratie opdoen, een ander heeft misschien heel andere bedoelingen. Persoonlijk ben ik over het algemeen gelukkig niet zo angstig. Ik ga gerust ’s avonds laat bij het busstation op mijn bus staan wachten, ik kan goed alleen thuis zijn en zie ook echt niet achter elke boom enge mannetjes staan die m’n tas af willen pakken, maar het gewoon een feit dat je iets meer op je hoede moet zijn dan tien jaar geleden.

Uiteindelijk komt het erop neer dat ik het geen probleem vind om tijdens het shoppen gefilmd te worden, om desgevraagd mijn ID te laten zien, om mijn tas te laten controleren of dat wordt gekeken of ik me in de auto aan de snelheid houd. Zolang ik het idee heb dat dit allemaal in het belang van mijn eigen en de maatschappelijke vrijheid is, zie ik dit niet als een schending van m’n privacy. En dat internet? Ook ik houd het voortaan, zolang ik niet zelf kan bepalen wie de informatie te zien krijgt, alleen bij mijn voornaam en nationaliteit…

donderdag 27 augustus 2009

Het verleden maakt dromen voor de toekomst...

Op 6 september is er weer de jaarlijkse rommelmarkt in De Stulp, het buurthuis in Drunen. Zo halverwege de zomervakantie begint mam al in huis rond te kijken wat we dit jaar weer kunnen proberen te verkopen en welke spullen er al gelijk naar de stort kunnen. Persoonlijk houd ik wel van rommelmarkten, want tussen een hoop troep kunnen soms best mooie dingen tevoorschijn komen. Zo kocht ik een jaar of drie geleden voor 30 eurocent een mooi koperen Eiffeltoren van ongeveer 15 cm hoog, ik was toen al helemaal gek van Parijs en alles wat überhaupt met Frankrijk te maken heeft. Ik snapte niet waarom die mensen het beeldje weg wilden doen, maar ik was er in ieder geval erg blij mee.
Afgelopen zondag was dan eindelijk de dag aangebroken dat de zolder overhoop werd gehaald en dat er vanuit allerlei hoeken en gaten dozen tevoorschijn kwamen met spullen waarvan ik niet eens wist dat we ze hadden. Naast de drie dozen waar nog rommelmarktspullen van vorig jaar in zaten die we niet verkocht kregen, kwamen er nog dozen tevoorschijn met allerlei spulletjes uit m’n kamer uit de fase dat ik nog van dierenbeeldjes hield (voor de duidelijkheid: die periode ligt al een eind achter me) en ook de zelfgemaakte zandschilderijtjes die ik als peuter met mam in elkaar knutselde, doken weer op. Terwijl mam druk spulletjes aan het prijzen was, zat ik met m’n neus in een doos waar alle dingetjes uit de kleuterklas in zaten. Er was een map waar al mijn tekeningen etc. inzaten en ook de op papier gedrukte letters waarmee we in groep drie het alfabet leerden, had mam bewaard. Ook de lesbrieven waar we op moesten schrijven wat we die week hadden gedaan, waren er nog. Mijn kleuterjuf, juffrouw Sabine, had bij bijna elke lesbrief een kort commentaar geschreven en opvallend was dat ze vaak opmerkte dat ik wel heel netjes werkte, maar net iets te langzaam. Nu ik er zo over nadenk, is er wat dat betreft in al die jaren niet veel veranderd.
De opvallendste dingen die ik tegenkwam, waren mijn eerste dagboeken en schrijfblokken. Op een gegeven moment vond ik als achtjarig ukkie in een kastje in de slaapkamer van m’n ouders een mooi bewerkt boek met het woord ‘diary’ erop. Op de eerste bladzijde stond dat het gekocht was in Amersfoort, op 5 februari 1977. Ik had geen flauw idee wat ‘diary’ betekende en toen mam uitlegde wat een dagboek inhield, besloot ik om er voortaan ook één bij te houden. Blijkbaar was ik het na berichtje of tien al weer beu, want op een bladzijde of 8 na, is het boek leeg. Toch heb ik uiteindelijk een dagboek gekocht, dit keer met een slot, van paarden (ja, ik zat hier nog in mijn beruchte dierenperiode) en daarna ben ik eigenlijk altijd blijven schrijven. ik was en ben nog steeds bang om dingen te vergeten, zowel leuke als minder leuke momenten en door ze op te schrijven, hoop ik die herinneringen levend te houden. Bovendien is het gewoon leuk om te lezen wat je hebt meegemaakt en hoe je verandert, welke mensen je wanneer ontmoet en wanneer je erachter komt wat je nu eigenlijk wilt, of niet.
Zoals al gezegd, kwam ik ook mijn schrijfblokken weer tegen. Stiekem is het mijn droom om schrijfster te worden. Om in een mooie werkkamer achter de computer met een kop thee en koekjes, uitkijkend op een mooie tuin, verhalen neer te pennen die anderen even wegvoeren van de werkelijkheid. Het liefst zou ik kinderboeken willen schrijven. Dan bedoel ik niet boeken voor de heel kleine kinderen, zoals Jip & Janneke en Pinkeltje, maar voor de wat oudere kinderen, zo tussen de tien en veertien jaar. Het probleem is echter, dat ik verhalen bijna nooit afmaak. In de schrijfblokken die ik op zolder vond, stonden verhalen van tientallen kantjes geschreven tekst, waarvan ik totaal vergeten was dat ik ze ooit heb geschreven. Ik ben van plan om die verhalen weer helemaal door te nemen en bij te werken, zodat ze uiteindelijk compleet worden. Op internet heb ik gelezen dat je zelf ook boeken uit kunt geven, weliswaar in kleine aantallen. Ik zou het leuk vinden om familie en vrienden (als ze daar tenminste interesse in hebben) dan zo’n boek te kunnen geven…

zondag 9 augustus 2009

Gewoon Holland...

De twee weken in Zevenhuizen (voor de mensen zonder al te veel topografische kennis: dit ligt in Zuid-Holland) met pap, mam en René zitten er weer op. Geen tropische bestemming dus, maar gewoon naar een plaats in ons vertrouwde klompenlandje. Meestal baal ik er wel van dat we nooit eens een keer naar Spanje gaan of een ander lekker warm land opzoeken, maar dit jaar vond ik het wel fijn om lekker dicht bij huis te zitten. Spullen in de tassen, alles goed aanproppen zodat ook de gitaar nog op de hoedenplank kan (ik nou eenmaal niet twee weken zonder dat ding ;)) en nadat mam vijf keer naar het toilet was geweest, konden we uiteindelijk vertrekken, om een klein uurtje later aan te komen op de plaats van bestemming. Het ritueel dat we eerst langs oma gaan om een laatste plaspauze te houden en een tas met gehaktballen, cake en een boterkoek op te halen, ging dit jaar helaas niet op. Het is alweer een half jaar geleden dat oma overleed, maar ik moet nog regelmatig aan haar denken. Ze belde bijna elke dag en hoewel dat tot grote ergernis van mam vaak net tijdens het eten koken gebeurde, weet ik zeker dat ook zij de telefoontjes best mist.
Eenmaal in Zevenhuizen aangekomen werden de tassen leeggeruimd, de bedden opgemaakt en konden we het park gaan verkennen. Ons huisje lag het dichtste bij de receptie en het zwembad en omdat het heerlijk rustig was op het park, was dit dus gewoonweg ideaal. René ging gelijk bij de receptie een internetkaart halen, want ook de laptops gingen mee, aangezien ik mijn UvT-mail in de gaten moest houden en ook nog wat punten van de hertentamens terug zou krijgen. Het is echt zo’n fijn gevoel dat ik op vakantie kon gaan met de gedachte dat ik het eerste jaar gehaald heb. Eerlijk gezegd had ik daar niet meer op durven hopen en nu die benodigde studiepunten binnen zijn, besef ik hoe leuk ik deze opleiding eigenlijk vind.
Als ik normaal gesproken op een vakantie terugkijk, heb ik altijd het gevoel dat we er meer uit hadden kunnen halen. Dan hebben we te veel bij het huisje rond gehangen of te veel dagen doorgebracht in het zwembad, terwijl ik veel liever iets cultureels doe. Ik ben gewoon absoluut niet het type voor een zon-zee-strand-vakantie of om twee weken lang alleen maar te zwemmen en uit te slapen. Dit jaar ging dat gelukkig anders. Van tevoren hadden pap en ik al een soort van planning gemaakt van dingen die we wilden zien en we de lijst aardig af kunnen werken. In Oegstgeest hebben we Corpus bezocht, een supergaaf museum waar je als het ware door het menselijk lichaam loopt en je allerlei testjes en quizzen kunt doen. In Leiden kwamen Naturalis (museum over dieren van de oertijd tot nu, deed me denken aan Night At The Museum, echt heel mooi), het Museum van Oudheden (vooral over Romeinen en Egyptenaren) en het Museum van Volkenkunde (vitrines vol voorwerpen uit de hele wereld) aan de beurt. In Delft hebben we Museum het Prinsenhof bezocht, waar ook de kogelgaten nog in de muur zaten op de plek waar Willem van Oranje is vermoord. In Scheveningen brachten we een bezoek aan Sealife, dat helaas een beetje tegenviel als je nagaat wat voor entreeprijs je moest betalen (16,75 euro p.p.) en hebben we onder een heerlijk zonnetje over de boulevard gewandeld (en uiteraard af een toe een leuk winkeltje bezocht ;)). Het bezoek aan Diergaarde Blijdorp in Rotterdam was zeker de moeite waard, ook al voelde ik me wel wat oud tussen alle buggy’s en kleine kinderen die vol verbazing en wijzende vingertjes naar kolossale ijsberen, grommende tijgers en prachtig gekleurde vissen keken. Een erg leuke plaats vond ik Gouda, met gezellige winkelstraten en mooi monumentale gebouwen. We bezochten een oude kerk met prachtige glas-in-lood-ramen, een museum waar kamers uit de 17e eeuw waren nagebouwd en het Verzetsmuseum Zuid-Holland. Ook wilde we de Waag bezoeken, maar aangezien we dan via een steile wenteltrap met open treden naar boven moesten klimmen, besloten we om dat maar over te slaan. We hebben lekker gezwommen, gemidgetgolft, gekaart en lekker buiten gebarbecued, want in tegenstelling tot eerdere vakantie hebben we prachtig weer gehad. Het enige wat ik nog had willen doen, was winkelen in Den Haag en het Vredespaleis bezoeken, maar dat kan ook makkelijk vanuit thuis. Al met al hebben we veel gedaan en ik denk dat we het er alle vier mee eens zijn als ik zeg dat het een geslaagde vakantie was!

zondag 21 juni 2009

Give me my coloured coat...

Vandaag was het dan zover! Na maanden wachten (de kaartjes waren al in oktober besteld) gingen we vandaag eindelijk naar Joseph. Gisteren las ik op een forum dat Freek sinds vrijdag ziek was en dat John uit Spanje was overgevlogen om de rol van hem over te nemen. Dat was wel een tegenvaller, ik had niet voor niks op Freek gestemd bij De Zoektocht Naar Joseph. Dan bestel je de kaartjes maanden van tevoren en zit je op één van de voorste rijen, krijg je alsnog iemand anders. Maar goed, aangezien mam fan van John was en ik hem ook zeker goed vond, kon ik hier wel mee leven.Eenmaal in de foyer van het theater deed mam navraag bij de informatiebalie wie vandaag de hoofdrol zou vertolken. Met een blij gezicht kwam ze me melden dat het inderdaad John was en opgewekt liepen we de zaal in. Eenmaal aangekomen bij rij 5 gingen we op zoek naar stoel 12 en 14, waar we tot onze verbazing ontdekten dat stoel 14 al bezet was. Mam zei tegen de desbetreffende vrouw dat wij eigenlijk die plaats hadden, waarna de vrouw hetzelfde beweerde. Vervolgens vergeleken we de kaartjes, op die van haar stond inderdaad ook rij 5, stoel 14. Na navraag te hebben gedaan bij een theatermedewerkster, bleek dat de vrouw rij 5 op het balkon moest hebben. Opgelucht namen we plaats op onze stoelen, waarna we nog even met onze buren kletsten voordat de lichten gedoofd werden. Een vrouwenstem riep vervolgens het gebruikelijke 'telefoons uit en video- en geluidsopnames niet toegestaan' om, waarna ze er ook nog bij vermeldde: 'En de hoofdrol wordt vandaag vertolkt door... Hein Gerrits!' Verbijsterd keken mam en ik elkaar aan. Dat ook de rest van de zaal dit niet had verwacht, werd duidelijk aan het teleurgestelde 'aaah' dat door de zaal klonk. Ik hoopte van harte dat dit achter de schermen niet te horen was, hoewel ik zelf ook behoorlijk baalde, ik was tenslotte bij De Zoektocht Naar Joseph geen fan van Hein geweest. Tijd om verder te balen had ik niet, want het orkest begon te spelen en het doek ging op. Mijn opluchting was groot toen bleek dat Renée van Wegberg gewoon de rol van vertelster speelde, wat mij betreft de meest uitdagende rol van deze musical. Uiteindelijk daalde dan ook Hein de trap af, deed z'n mond open, en... ik was John en Freek meteen vergeten.
Jeetje, wat voelde ik me stom toen in de pauze de lichten aangingen! Ik had duidelijk te snel geoordeeld over Hein's kwaliteiten, wat was die man goed! Ook de rest van de cast was geweldig, de decors mooi en het orkest duidelijk in topvorm. Een speciaal compliment ook voor Renée van Wegberg, die de rol van vertelster meer dan overtuigend neerzette!
Gelukkig duurde de pauze niet lang en konden we al snel weer terug voor de tweede akte. Nadat het verhaal was afgelopen en Joseph en zijn broers weer herenigd waren, werd de voorstelling afgesloten met een geweldige megamix, waar alle liedjes nog kort werden herhaald en de gehele cast de benen uit de broek danste. Nadat deze zeven minuten (!) durende megamix voorbij was, vroegen Renée van Wegberg en René van Kooten nog om een bijdrage voor de Johan Cruiff-foundation, waarna een deel van acteurs zich bij de uitgangen verzamelde met collectebussen. Nadat ik wat geld bij Mathijs in de bus had gestopt en mam en ik eenmaal buiten op pap stonden te wachten die ons op zou komen halen met de auto, kwamen we Hein nog tegen en mam kon het niet laten om nog snel tegen hem te zeggen dat hij het geweldig gedaan had, waar ook zeker geen woord van gelogen was. Over het algemeen vallen er over elke musical wel een paar mindere punten te bedenken, maar we waren het er beiden over eens dat we die dit keer niet konden ontdekken. Een geslaagde middag dus en ik denk dat ik zeker nog een keer ga!!

dinsdag 16 juni 2009

Objection your honor!

Op de een of andere manier lijkt inspiratie voor het schrijven van een nieuwe blog altijd te komen als ik net op het punt sta om naar bed te gaan. Erg vervelend, maar ik weet dat ik toch pas kan slapen als ik mijn zegje heb neergepend. Ik zit nog een aflevering van Law & Order te kijken. De vrouwelijke officier van Justitie is net bezig met het uiteenzetten van haar pleidooi. Dat deed me denken aan het bezoek aan de rechtbank in Den Bosch dat we vorige week met (een deel van) de werkgroep gebracht hebben. Dat ‘uitje’ had eigenlijk al ergens aan het begin van het jaar plaats moeten vinden, maar werd om allerlei vage redenen steeds uitgesteld. Uiteindelijk kregen we dan toch eindelijk een aantal zaken toebedeeld om te gaan bijwonen. Over de inhoud van die zaken kan ik verder niet uitwijden vanwege privacy-redenen, maar ik kan wel melden dat het erg interessant was. Het ene moment stond je volledig achter de mening van de Officier van Justitie, het volgende moment zei de advocaat van de verdachte weer iets waardoor je toch weer begon te twijfelen aan de mening van de eerstgenoemde. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het begin van de rechtszaak nogal een poppenkast vond, door de formele toon en de overdreven beleefdheid. Toen de zaak echter eenmaal begon, verdween dat gevoel al snel en was ik vooral benieuwd naar de verschillende standpunten en onverwachte invalshoeken die naar voren zouden komen. Helaas zou de uitspraak pas over twee weken plaatsvinden, waarschijnlijk kom ik die dus niet te weten. Wat me wel verbaasde, was het gevoel dat ik had na die zaak. Het verliep allemaal ongeveer zoals ik verwachtte, maar het maakte toch meer indruk op me dan ik dacht. Ik heb de keuze gemaakt om volgend jaar de richting van Nederlands Recht te kiezen (al gaan ze die naam veranderen in ‘Rechtsgeleerdheid’, maar dat terzake) en me dan meer te richten op het Privaatrecht, maar toch begint het Strafrecht ook steeds meer mijn aandacht te trekken. Het lijkt me echt tof om als advocaat of Officier van Justitie (of misschien zelf wel als rechter!) zaken voor te bereiden en er alles aan proberen te doen om een verdachte vrij te pleiten, of juist te laten veroordelen…

dinsdag 9 juni 2009

Keep it easy...

Vandaag is er weer een hectische periode afgesloten. Tot mijn grote opluchting bleek ik het hertentamen van gisteren voor Economie, Recht & Management gehaald te hebben en ook hebben we vandaag ein-de-lijk onze paper voor Privaatrecht in het postvakje van onze voormalig werkcollegedocente kunnen schuiven. Dat betekent dat ik weer 4 studiepunten op mijn lijstje bij kan schrijven en dat ik bovendien een hoop stress minder heb. Of we de paper voldoende hebben gemaakt om in ieder geval een 5 te halen, is nog even afwachten, maar voor nu heb ik een paar dagen rust. Morgen staat een bezoek aan de rechtbank in Den Bosch met de werkgroep op het programma en 's avonds is het weer tijd voor een gezellig avondje bij de Afgraving, als het tenminste droog blijft. Na morgen heb ik 1,5 week vrij, waarin ik de punten voor mijn tentamens terug krijg en waarschijnlijk weer aan de slag kan voor mijn hertentamens. Er zijn nog 28 van de 60 studiepunten te behalen, dus het jaar is nog niet binnen. Het wordt nog even hard werken, maar je moet tenslotte 'de lat hoog genoeg leggen om eronder door te kunnen' (-De Haene).